Vrijdagavond 18.45 u.
Ik zit hier in het gloednieuwe en oergezellige appartementje van onze pas verhuisde oudste met op de achtergrond één van mijn favoriete concerto’s: het 1ste celloconcerto van Haydn. Zalig. Ik probeer de vele wijze en leerrijke woorden die ik zopas te horen heb gekregen, in mijn hoofd te ordenen. Enkele minuten geleden heb ik namelijk mijn eerste koffiedate uitgezwaaid… hij moest zich gaan klaarmaken voor een concert dat over een goed uur begint en waar ik uiteraard dadelijk naartoe ga. Hier vlak om de hoek in hartje Gent, hoe toevallig kan het zijn? Velen raadden het juist: als eerste “date” koos ik voor mijn eigenste broer, Jan Michiels. Muzikant van vlees en bloed en in hart en nieren, en een concertpianist om u tegen te zeggen. Geen betere timing om het met hem te hebben over mijn thema, namelijk podiumvrees, faalangst, plankenkoorts of hoe je dat vervelende beestje ook wil noemen… Maar bij Jan viel er, amper een uur voor aanvang van zijn optreden, geen greintje nervositeit te bespeuren, hij was zijn relaxte zelve, zoals steeds bedachtzaam en genuanceerd in zijn uitspraken.
In voorbereiding op deze eerste babbel heb ik behoorlijk wat gelezen over het fenomeen dat blijkbaar toch meer verspreid is onder beroepsmusici dan men zou denken. Ik stuitte op enkele interessante stellingen en adviezen van specialisten die ik vanavond aan Jan heb voorgelegd. Zo kwam ik onder andere de term “podiumkracht” tegen. Een gebrek daaraan resulteert in de zogeheten podiumangst. Maar waar haal je die kracht vandaan? “Door met je geest maar ook met je hart en lijf zoveel mogelijk verbinding te maken met je instrument”, zo las ik meermaals. Inderdaad, beaamt Jan, “podiumkracht is eigenlijk de durf om je verhaal te vertellen.” Klinkt eenvoudig en als je erover nadenkt, dan is dat het eigenlijk ook. Het feit dat er een publiek voor je komt opdagen, betekent immers dat je iets te vertellen hebt en dat er naar je geluisterd wordt. Op mijn vraag hoe je die verbinding met je instrument effectief tot stand kan brengen en hoe je tot die bewustwording komt, is Jans antwoord zeer resoluut en eenduidig: met je ademhaling. Die ademhaling kwam ook ter sprake toen ik vroeg of hij nooit ten prooi is gevallen van iets wat op dat verlammende gevoel van podiumvrees leek. “Toch wel” aldus Jan, “ik herinner me één situatie, maar dat was in een concours-context (nvdr: in 1991 in de halve finale van de Koningin Elisabethwedstrijd), toen ik compleet verstijfde vlak voor ik op moest. Toen heb ik ademhalingsoefeningen gedaan to the rescue. Plat op de grond, terug naar de basis, en mijn rust kwam vanzelf terug.” Zijn knappe finaleplaats bewijst hier toch wel het nut van zo’n ademhalingsoefeningen, me dunkt…
Ander bijzonder waardevol advies waar Jan mij op trakteert, is het volgende: “Focus op je eerste stap, op wat jou als eerste te doen staat als je het podium opgaat. Focus je niet op je nerveuze gevoel. Denk aan de eerste noten, aan de muziek die je zo dadelijk zal brengen, aan jouw verhaal.” Jan vergelijkt het graag met een bergtocht. “Wie het plan opvat om een berg te beklimmen, begint ook niet met de top. Stap voor stap, heel gestadig en beheerst, om elk risico op struikelen tot een minimum te beperken”. Effectief, ik moet toegeven dat, als ik een moeilijker werk moet brengen, ik nog voor ik aan de eerste, behoorlijk eenvoudige maten begin, mijn gedachten al op hol laat slaan naar het lastige gedeelte dat er zit aan te komen. En dan struikelt een mens… “Maar wees ook niet bang om fouten te maken”, vervolgt Jan. Zijn gewaardeerde voormalig Zweeds pianodocent Hans Leygraf zei dat hij op een concert altijd uitkeek naar zijn eerste valse noot, want “dat had je dan toch al gehad, dus van dan af kon het alleen maar beter gaan”. Ons gesprek gaat vervolgens over naar de rol van het publiek. Ik had immers gelezen dat Frédéric Chopin een groot pianovirtuoos was, maar dat hij zich geïntimideerd voelde door zijn publiek dat hem een verstikkend gevoel gaf. Nu, Jan voegt hier meteen aan toe dat in Chopins tijd er vooral concerten werden georganiseerd in een salon-context, dus voor kleinere groepen en dat Chopin wel tot het einde van zijn leven is blijven optreden. Of Jan dat “verstikkende gevoel” van Chopin herkent? “Eigenlijk niet echt”, aldus Jan. “Als muzikant ben ik dankbaar dat er een publiek is, dat mensen komen luisteren, zeker na Covid is dat gevoel nog sterker geworden. Het publiek is eigenlijk een geschenk voor ons, uitvoerend musici.” Hij voegt er wel met een glimlach aan toe “Als er een publiek is waarvoor het toch altijd wat spannend is om te spelen, dan zijn dat mijn eigen studenten. Zij kennen het klappen van de zweep, en zijn bijzonder alert wanneer ze hun leermeester aan het werk horen.” Tot slot leg ik Jan een uitspraak voor van filosoof en schrijver Alain de Botton: Tevreden zijn na een concert is wellicht even moeilijk als het goed bespelen van een instrument en het vergt al evenveel oefening. Jan beaamt dit volmondig. Nog nooit is hij 100 % tevreden geweest en dat mag ook de doelstelling of verwachting niet zijn. “Als je jezelf na een concert 80% kan geven, dan is dat al fantastisch”.
Vrijdagavond 23.15 u
Het concert zit erop, ik ben terug op Floors gezellige plekje hier in hartje Gent. Geen Haydn meer op de achtergrond, maar wel een andere favoriet van mij, het trage deel uit het eerste pianoconcerto van Brahms. Heerlijk. Ideaal om te landen na een avond vol hedendaagse muziek van Vlaams componist Frank Nuyts. Nuyts pianosonates zijn veeleisend, zowel voor de pianisten als voor de toehoorder. Vier pianisten zag en hoorde ik aan het werk vanavond, en allevier beheersten ze de kunst van het performen als geen ander. Bewonderenswaardig. Jan sloot de avond af en deed zijn publiek verstomd staan. De stilte die even viel na zijn laatste noot zei méér dan duizend woorden. “Jan, ik denk dat jij een kunstschilder bent geweest in een vorig leven. Ik had dat gevoel vorige week ook al toen ik jou in Oostende Stravinsky’s Petroesjka hoorde spelen. Het kleurenpalet dat jij tevoorschijn tovert uit dat wit-zwarte klavier is magisch en betoverend. Je neemt de luisteraar bij de hand en laat hem of haar alle kleuren van de regenboog zien, il faut le faire… Een oprecht dankjewel voor je wijsheid en inspiratie. Je zal maar zo’n broer hebben.”

Dank voor het lezen en heel graag tot de volgende!
Liefs,
Ann
P.S. Voor de geïnteresseerden: op zondag 16 maart 2025, om 15 u, spelen Jan en ik samen een namiddagconcert in de Brugse Ryelandtzaal. We brengen er werk van Schumann, Brahms, Reinecke en Pärt.
CV Jan Michiels
Sinds hij in 1991 een finaleplaats behaalde in de Koningin Elisabethwedstrijd, staat Jan Michiels bekend om zijn zeer persoonlijke en gelaagde benadering van het pianorepertoire, waarbij hij oud en nieuw combineert in steeds wisselende perspectieven. Een aanpak die zich heeft vertaald in verschillende opnames, waaronder ‘Lost in Venice with Prometheus’, ‘The War of the Romantics’ en ‘Slavic Soul’, uitgegeven door Fuga Libera en met werken van Bach tot vandaag die hij samenbracht vanuit een voortdurende dialoog
met de geschiedenis van de levende muziek. Jan Michiels heeft intensief samengewerkt met componisten zoals G.Kurtág, H.Holliger, H.Lachenmann, K.Goeyvaerts, K.Huber, R.Groslot en K.Defoort. Luigi Nono is zeker een van deze inspiratiebronnen, en was de focus van zijn doctoraat in de kunsten ‘Teatro dell’Ascolto’ (2011).
Hij studeerde bij Abel Matthys (Brussel) en Hans Leygraf (Berlijn). Als docent gaf hij masterclasses in Hamburg, Montepulciano, Szombathely, Londen, Straatsburg, Murcia en Lissabon. Momenteel doceert hij piano aan het Koninklijk Conservatorium Brussel en is hij gastdocent aan de Universität der Künste Berlin.
Sinds 1988 vormen Jan Michiels en zijn echtgenote Inge Spinette een pianoduo met een repertoire van Mozarts sonates tot de nieuwste werken van deze tijd: van vierhandig spel op de tangentenflügel tot twee elektronisch getransformeerde piano’s in ‘Mantra’ van Stockhausen. Naar aanleiding van hun 25-jarig jubileum doopten ze zichzelf in 2013 om tot het Yin-Yang duo.
Geef een reactie op Peter Reactie annuleren