
Ondanks het feit dat er best wel een uitgebreid solorepertoire bestaat voor de dwarsfluit, moet ik toegeven dat ik dit jaar, bij het kiezen van de werken die ik instudeer, vaker wel dan niet teruggrijp naar kamermuziekwerken of werken voor fluit met pianobegeleiding. Waarom, weet ik eigenlijk niet. Of misschien weet ik het wel: samen spelen met andere muzikanten is nu eenmaal wat ik het allerliefste doe, maar dat mag geen reden zijn om het solo spelen uit de weg te gaan. Dus ga ik deze maand de solotoer op, met niemand minder dan één van de allergrootsten uit de muziekgeschiedenis, namelijk Johann Sebastian Bach.
Tot mijn grote verbazing moet ik toegeven dat ik nooit eerder een werk van Bach heb gespeeld, tenzij misschien ooit een keer een bewerking van zijn cellosuites bij wijze van studie. Hoog tijd dus om daar verandering in te brengen. Bach schreef een tiental kamermuziekwerken en sonates waarin de fluit de hoofdrol speelde en ook enkele sonates voor fluit en basso continuo maar er is maar één solowerk voor fluit van zijn hand, en dat is zijn Partita in la klein (BWV 1013). Straks meer over dat specifieke stuk, maar eerst even terug naar Bachs leven.
Wie is Johann Sebastian Bach?
Een overbodige vraag, zou je denken, want wie kent deze Duitse barokcomponist nu niet? Hij leefde van 1685 tot 1750 maar het is pas lang na zijn dood dat zijn muziek een bijna goddelijke status verwierf. In zijn eigen tijd was Bach vooral bekend omwille van zijn immense kundigheid op het orgel en niet zozeer als componist. Als jongetje van amper 9 jaar oud verloor Bach, die het achtste kind was van een zeer muzikale vader én moeder, beide ouders. Hij werd vervolgens grootgebracht door zijn oudste broer die al snel door had dat zijn jongste broer over een uitzonderlijke muzikale gave beschikte. Zelf trouwde Bach twee keer. Met zijn eerste vrouw en tevens achternicht, Maria Barbara Bach, kreeg hij zeven kinderen, maar zij overleed op jonge leeftijd. Met zijn tweede echtgenote, Anna Magdalena, kreeg hij maar liefst dertien kinderen. Van zijn twintig kinderen stierven er tien kort na de geboorte of op zeer jonge leeftijd. Enkele van zijn zonen waren voorbestemd om net zoals hun vader beloftevolle componisten te worden, denk maar aan Carl Philipp Emmanuel en Johan Christian Bach. Van Bach is algemeen geweten dat hij zeer temperamentvol en zelfs wat opvliegend was. Zijn alcoholgebruik was ook een vast gegeven, maar voor de rest werd over zijn jeugdjaren en zijn privéleven maar weinig overgeleverd. In zijn laatste levensjaren ging zijn gezondheid snel achteruit: hij werd blind, mogelijks als gevolg van diabetes en stierf uiteindelijk op 65-jarige leeftijd aan complicaties na een oogoperatie.
Enkele pareltjes uit mijn auditief geheugen
Onmogelijk om het volledige repertoire van Bach te overlopen, hij schreef meerdere honderden werken. Wel ben ik in mijn eigen auditief geheugen gaan graven en dit is eruit gekomen… Het zijn stuk voor stuk werken of bewerkingen die op een bijzonder moment in mijn leven een rol hebben gespeeld en die in mijn geheugen zitten gegrift.
Cantate BWV 147 – bewerking voor piano
Dit is denk ik mijn oudste muzikale herinnering aan Bach… een melodie die mij telkens weer terugbrengt naar mijn prille jeugdjaren. Geen concrete herinneringen, wel een warm gevoel. Ik moet een gelukkig kind geweest zijn.
Bist du bei mir (BWV 508)
Deze “aria” is eigenlijk niet van Bach maar van Gottried Stölzel, en komt uit diens opera Diomedes, Oder: die Triumphierende Unschuld. De aria verwierf echter vooral bekendheid door Bachs bewerking voor stem en basso continuo, en brengt mij telkens weer terug naar de afscheidsviering van mijn mama 35 jaar geleden, waarop we een hele mooie versie te horen kregen. Hier koos ik voor een prachtige bewerking op piano, met pianist Lang Lang.
Gottes Zeit is die allerbeste Zeit (BWV 106)
Deze cantate, hier in een bewerking voor vierhandig piano, is denk ik mijn absolute lieveling van Bach. Prachtig in zijn eenvoud. Hier gespeeld met de unieke magie van het duo Yin-Yang waar een mens gewoon stil van wordt.
Goldbergvariaties – variatie 1 (BWV 988)
Kan ik ook twee lievelingen hebben? Want in dat geval is dit hier nummer twee… Een broer hebben als die van mij, wil zeggen dat je je af en toe, op een onbewaakt ogenblik, in de hemel kan wanen. Dat was zo op een recital vele jaren geleden, waarop Jan de Goldbergvariaties bracht. Een openbaring was het voor mij. Zo zo intens mooi… Ik weet niet of ik jou daar ooit voor bedankt heb, broer, bij deze dus.
Partita in A minor (BWV 1013) – Emmanuel Pahud
Maar nu is het dus aan mij om een ander pareltje van Bach onder handen te nemen… zijn partita, die vier delen telt (Allemande-Corrente-Sarabande-Bourrée anglaise). Hij schreef het werk na 1723. Dat blijkt uit de techniciteit van het werk op vlak van compositie. Het is een werk dat niet alleen de genialiteit van Bach aantoont, maar dat de uitvoerder ook een zeer rijke waaier aan mogelijkheden biedt op vlak van interpretatie en virtuositeit. Hoe moeilijk het bij momenten ook is, toch slaagt Bach erin om een zeker gevoel van rust over mij te laten neerkomen. Jullie kennen het allicht wel, dat geruststellende “alles komt uiteindelijk toch wel goed”- gevoel. Zeker in het derde deel, de Sarabande, is het voor mij telkens weer een beetje thuiskomen. Ik kijk er ontzettend naar uit om het te mogen brengen op mijn examen op 8 mei.
Ik hoop dat jullie genoten hebben van dit brokje Bach, dank voor het lezen en graag tot de volgende!
Liefs,
Ann
Geef een reactie op Tim Reactie annuleren