Het jaar 2023 heeft zijn eindsprint ingezet, een nieuw jaar lonkt en het is stilaan tijd om onze nieuwjaarswensen uit te wisselen. Die van mij krijgen jullie helemaal onderaan deze blog! Buiten zou het nu toch stilaan moeten winteren, maar dat doet het allesbehalve. We lijken in een eeuwig durende herfst te zijn aanbeland, met als constanten duizend tinten grijs, regen en wind. In die omstandigheden moest ik het aantal kerstlichtjes en kaarsen in ons huis wel upgraden, want het licht moet érgens vandaan komen toch? December is fluit-gewijs geen ideale maand voor mij. Onze drie hard studerende jongens hebben zich sinds vorige week op hun kamers verschanst om te blokken, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en daarbij hoort… absolute stilte. Als er iets is wat ik niet kan, dan is dat stil fluitspelen, dus staat het fluiten op een laag pitje… maar alles voor mijn boys!! Gelukkig had ik de vorige maanden wat marge ingebouwd en ben ik al goed opgeschoten met het instuderen van het nieuwe werk. Deze keer koos ik voor een trio voor cello, fluit en piano dat helemaal aansluit bij de insteek van “La tourneuse de pages”. In deze twee jaar van specialisatie wil ik immers terugkeren naar die onvervulde jeugddroom en mij toeleggen op werken die sinds mijn jonge jaren in mijn auditieve geheugen zitten gegrift. Werken waarvan ik toen dacht dat ze veel te hoog gegrepen waren. Carl Maria Von Webers trio kan ik in mijn slaap zingen. Ik heb het werk als jong meisje zo vaak gehoord, in vertolkingen met mijn broer Jan en onder andere mijn huidige fluitleerkracht… Straks meer over het werk zelf maar wie was Carl Maria von Weber eigenlijk?
De componist
Carl Maria von Weber was een Duits componist die leefde van 1786 tot 1826, hij stierf dus op behoorlijk jonge leeftijd. Hij was niet alleen componist, maar ook een gewaardeerd pianovirtuoos, dirigent, muziekcriticus en speelde ook gitaar. Het gezin von Weber was erg thuis in de muziek- en theaterwereld. Carl was zelf de volle neef van Constanze Weber, Mozarts vrouw. Zijn vader wilde van hem een tweede Mozart maken. Hij had ook wel uitzonderlijk veel talent en studeerde onder meer bij Michael Haydn, de broer van de grote Haydn. Nog voor zijn veertiende had hij reeds een opera, een mis en verschillende andere muziekstukken gecomponeerd.
Het stuk waarmee hij toch wel de grootste bekendheid verwierf, was zijn opera “Freischütz”, die hij schreef 5 jaar voor zijn dood. Deze magistrale compositie was muzikaal bijzonder vernieuwend en leverde hem de titel van “grondlegger van de romantische Duitse opera” op, als tegenhanger voor de Franse en Italiaanse operastromingen. Hij boekte een daverend succes met het werk en probeerde in de jaren die hem nog restten om dat succes te herhalen, wat uiteindelijk niet is gelukt. Hij wordt vaak als schakel gezien tussen Christoph Willibald Gluck1 en Richard Wagner.
In 1824, dat is twee jaar voor hij stierf, kreeg Von Weber een uitnodiging van het operahuis Covent Garden in Londen om de opera Oberon, een bewerking van A Midsummer Night’s Dream van William Shakespeare, te componeren en te produceren. Von Weber nam de uitnodiging aan en vertrok in 1826 naar Engeland om de opera af te maken en aanwezig te zijn bij de première. Hij leed toen al aan tuberculose en in de nacht van 4 op 5 juni 1826, drie weken na de eerste uitvoering, verloor hij de strijd tegen die ziekte. Aanvankelijk werd hij begraven in Londen, maar in 1844 werd zijn stoffelijk overschot, onder andere door toedoen van Richard Wagner, overgebracht naar Dresden. In die stad stond het zomerverblijf van de componist, dat intussen werd omgevormd tot het Carl-Maria-von-Weber-Museum2, gewijd aan leven en werk van de componist.
Trio voor fluit, cello en piano in sol klein, Opus 63
Hij schreef het trio in 1818 en het werd het daaropvolgende jaar al gepubliceerd. Het is een van zijn belangrijkste kamermuziekwerken (hij schreef er in totaal slechts 14). Von Weber schreef eigenlijk het liefst voor klarinet, wat hij ook met verve deed in onder meer zijn magnifieke klarinet kwintet (op. 34) en het Grand duo concertant voor klarinet en piano (op. 48).
Maar dit trio dat uit vier delen bestaat, schreef hij wel degelijk oorspronkelijk voor fluit, en het is een weelde om het te mogen spelen. Gezien het werk geschreven werd in mineur (sol klein), zou men kunnen verwachten dat de algemene teneur ervan droevig en zwaarmoedig is, maar dat is hier allerminst het geval. De componist laat zich van zijn zonnigste kant horen, en tovert klanken en melodielijnen tevoorschijn die om ter charmantst zijn. Het derde deel kreeg als titel “Shepherd’s lament” (Klaaglied van de Herder) en is meteen ook het traagste en meest “mineur-aandoende” deel van het trio. Dat is ook het deel dat ik instudeer samen met celliste Cecile Manderyck, en pianobegeleidster van de Academie van Blankenberge, Leila Agadjanova. De andere delen zijn te mooi om niet in te studeren, maar voorlopig moet ik er de cello- en pianoklanken zelf bij denken. Hopelijk komt er een dag dat ik het volledige trio mét cello en piano kan spelen en wordt zo weer een stukje van die jeugddroom werkelijkheid!
Mijn nieuwjaarswensen voor jullie… recht uit mijn hart!
Mag ik jullie bij deze een heel mooi nieuw jaar toewensen? Dat het een jaar mag worden met meer ups dan downs, meer licht dan donkerte, meer warmte dan kilte… Een jaar vol zachtheid, want dat is wat wij als mens, wat onze wereld nodig heeft. Veel mooie muziek ook… maar af en toe mag het gewoon ook even stil zijn…
Veel liefs en graag tot volgend jaar,
Ann
P.S. Voor de liefhebbers, ziehier de Spotify links naar de vier delen.
- Glück komt over enkele maanden aan bod op deze blog, want van hem studeer ik het fluitconcerto in sol groot in. Een zeer interessant figuur wiens leven leest als een roman. ↩︎
- https://museen-dresden.de/index.php?lang=en&node=webermuseum ↩︎
Geef een reactie op Veerle Janssens Reactie annuleren