DE HERFST IN MET FRANCIS POULENC

September loopt op zijn laatste benen, de zomer is schoorvoetend plaats aan het maken voor de herfst. Gelukkig gaat dat laatste eerder langzaam en kunnen we nog volop onze vitamine D-voorraad aanvullen. De zomermaanden waren voor mij op werk- én op vakantievlak ontzettend druk. Een beetje te druk om goed te zijn, waardoor het schrijven van een eerste blog in deze nieuwe reeks van Latourneusedepages wat naar de achtergrond verdween. Fluit spelen ben ik wél volop blijven doen, de hele zomer lang. Niet alleen omdat dit nu eenmaal is wat ik het liefste doe, maar ook omdat mijn hoofd tolde van de vele stukken die ik de komende twee jaar graag op mijn playlist van la tourneuse de pages wil zien. Er moest van alles worden uitgeprobeerd, en (moeilijke) keuzes worden gemaakt.

Maar intussen zit de playlist glashelder in mijn hoofd én in Spotify en tovert telkens wanneer ik de lijst beluister (lees: héél vaak) een brede lach op mijn gezicht want de werken die ik heb uitgekozen, zijn stuk voor stuk pareltjes waar ik oprecht blij van word. Een aantal ervan hoorde ik voor het eerst als de 14-jarige blaadjesdraaister van mijn broer Jan, met name Francis Poulenc, Carl Maria von Weber en Paul Hindemith. Maar ik koos er ook enkele uit waar een ander verhaal aan vasthangt. Verhalen die ik jullie met veel plezier in mijn maandelijkse blog zal vertellen, dus nog even geduld. Wel verklap ik alvast dat ik ook tijdens mijn twee jaar Specialisatie aandacht zal blijven hebben voor vrouwelijke componisten. Het zal misschien toeval zijn, maar de afgelopen maanden merk ik toch dat die vele vergeten vrouwelijke kunstenaressen – zowel binnen de muziek als andere kunstvormen – meer en meer aan bod komen en eindelijk de aandacht krijgen die ze verdienen. Beginnen doe ik met de sonate die mij op 14-jarige leeftijd deed beslissen om zelf ook dwarsfluit te beginnen spelen, namelijk de sonate voor fluit en piano van Francis Poulenc. De eerste fluitlessen aan de Academie van Blankenberge zijn intussen alweer achter de rug, en langzaam maar zeker krijg ik greep op dit, bij momenten, toch wel pittige stuk.

Wie was Francis Poulenc? Hij was een Frans componist uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Hij is geboren in Parijs in 1899 en is er ook overleden op 64-jarige leeftijd aan een hartverlamming. Poulenc was een bijzonder componist die zich nauwelijks liet beïnvloeden door zijn tijdgenoten. Bijzonder ook was het feit dat hij een autodidact was. Zijn eerste pianolessen kreeg hij van zijn moeder en het is pas als 17-jarige dat hij ook les is beginnen krijgen van een echt pianopedagoog, de Spanjaard  Ricardo Viñes. Het was ook Viñes die Poulenc in contact bracht met Eric Satie, die als eerste een compositie van Poulenc zou uitvoeren. Dat was de “Rhapsodie nègre”,  meteen een schot in de roos. Op 20-jarige leeftijd werd Poulenc opgenomen in de “Groupe des Six”[1]. Daarin zaten componisten die niet op zoek waren naar een muzikale eenheid maar die elkaars werk promootten en hielpen verspreiden. Ze zetten zich af tegen de Duitse romantische traditie van Wagner enerzijds en tegen het Frans impressionisme van Debussy en consoorten anderzijds.

Uiteenlopende genres

Aanvankelijk ging Francis Poulenc onbekommerd zijn eigen weg. Hij vermengde probleemloos verschillende stijlen en werd daarom niet altijd serieus genomen door zijn tijdgenoten. Een ongedwongenheid die stilaan afneemt in zijn rijpere composities, maar humor blijft toch een constante in zijn werk. Hij componeerde stukken in uiteenlopende genres. Zo schreef hij drie opera’s, enkele concerto’s (waaronder een concerto voor twee piano’s dat hij schreef in 1932) en werken voor koor en orkest. Poulenc zelf liet er nooit twijfel over bestaan over welke werken hem de meeste voldoening gaven: “Ik geloof dat ik de beste en meest authentieke kant van mezelf in koormuziek tot uiting heb gebracht”, beweerde hij. Ook al slaagde hij er niet altijd in om een duidelijke lijn te trekken tussen wat geschikt was voor religieuze teksten en wat dan veeleer aansloot bij de aardse geneugten. Er is dan ook niet zo’n groot verschil tussen Poulencs warmhartige en heel menselijke kerkmuziek en zijn wereldse composities.

Poulencs persoonlijkheid kan evenwel niet worden herleid tot luchthartigheid en charme. Hij had ook een duistere kant en kende in de jaren dertig een reeks rampzalige liefdesaffaires (meestal met jonge mannen). Na het verlies van zijn vriend, componist/criticus Pierre Octave-Ferroud, zocht hij zijn toevlucht tot de rooms-katholieke kerk, wat zich uiteindelijk vertaalde in de compositie van een reeks krachtige religieuze werken.

 De beste samenvatting van Poulencs plaats in de geschiedenis van de 20ste -eeuwse muziekgeschiedenis gaf hij zelf in een brief uit 1942: “Ik weet maar al te goed dat ik niet tot de componisten behoor die harmonische vernieuwingen doorvoerden, zoals Igor (Stravinsky), Ravel of Debussy, maar ik geloof dat er plaats is voor nieuwe muziek die geen rekening houdt met andermans akkoorden. Was dat niet ook het geval bij Mozart en Schubert?”

Sonate voor fluit en piano (1957)

Naast opera’s, concerto’s en koormuziek, schreef Francis Poulenc ook een handvol prachtige kamermuziekwerken, waaronder de Sonate voor fluit en piano. De dan bijna 60-jarige componist lijkt in dit werk volledig los te gaan, zijn jeugdigheid en drang naar vrijheid spatten ervan af. Poulenc schreef de sonate in opdracht van een Amerikaanse stichting, de Coolidge Foundation, die een werk wilden opdragen aan Elizabeth Coolidge, een beschermvrouw van de kamermuziek die Poulenc echter nooit had ontmoet. Op dat moment komt een andere bekende figuur dit verhaal binnengewandeld, met name Jean-Pierre Rampal, wereldberoemd Frans fluitist (1922 – 2000). In diens autobiografie lezen we de volgende conversatie over deze sonate: “Jean-Pierre,” zei Poulenc: “je weet toch nog dat jij altijd wilde dat ik een sonate zou schrijven voor fluit en piano? Welnu, dat ga ik doen,’ zei hij. ‘En het mooiste is dat de Amerikanen ervoor betalen! Ik heb een opdracht gekregen van de Coolidge Foundation om een kamermuziekwerk te schrijven ter nagedachtenis van Elizabeth Coolidge. Ik heb die vrouw nooit gekend, dus ik denk dat het stuk van jou is.”

En zo geschiedde. Op 17 juni 1957 werd een onofficiële première gehouden tijdens het festival van Straatsburg door de componist zelf en Rampal, met als enige toeschouwer Arthur Rubinstein. De officiële première vond de dag erna plaats.   Amper tien minuten muziek, maar de componist slaagt erin om al zijn genialiteit, spontaneïteit en elegantie erin te bundelen. De melodieën die hij uit zijn pen tovert, komen recht uit het hart en gaan ook recht naar het hart van elke luisteraar.

In onderstaand historisch youtube-fragment uit 1959 horen en zien we Francis Poulenc zelf aan de piano, en Jean-Pierre Rampal, in het tweede deel van de sonate voor fluit en piano, het bloedmooie “Cantilène”. Wat zou ik er veel voor over hebben gehad om op de plaats van de blaadjesdraaier te mogen zitten!

https://www.youtube.com/watch?v=PXxpz2xtmzk

Onderstaand fragment is nog steeds met Rampal op de fluit, in het eerste deel van de sonate, het Allegro.

https://www.youtube.com/watch?v=OG0DafrYNdM

Dank voor het lezen, veel luisterplezier en heel graag tot over een maand!


[1] De andere leden van de “Groupe des Six” waren Durey, Auric, Honegger, Tailleferre en Milhaud

2 reacties op “DE HERFST IN MET FRANCIS POULENC”

  1. Veel succes…

    Geliked door 1 persoon

  2. Hallo Ann

    Bedankt om je blog te mogen lezen en weer iets meer te leren over Poulenc .
    Bij Arne hebben we niets over hem gehoord …misschien dat zijn naam wel eens in de les gevallen is ….meer niet . Ik ben dus heel blij een componist te leren kennen en ook nieuwsgierig naar het werk dat jij moet en wil instuderen.

    Mieke

    Verstuurd vanaf mijn iPad

    Like

Plaats een reactie